In de afgelopen decennia zijn houtpellets een standaardbrandstof voor elektriciteitscentrales die vaste stoffen verbranden, industriële boilers en huishoudelijke boilers geworden en worden pellets over de hele wereld als commodity verhandeld. In Nederland wordt ook een significante hoeveelheid pellets gebruikt dankzij de door de EU wettelijk verplichte toename van de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie. Deze pellets – 1 Mton per jaar – worden gebruikt als brandstof in kolencentrales als vervanger van kolen. Ervaringen met bijstook in kolencentrale Avedore II (Denemarken) tonen aan dat tot 80% van de kolen vervangen kunnen worden door houtpellets.
Houtpellets worden gemaakt door hout te versnipperen, te drogen en het daarna zeer fijn te malen. Om de warmte te produceren die nodig is om het hout te drogen wordt een deel van het hout verbrand. Het fijngemalen hout wordt op hoge druk door een mal geperst. De wrijvingswarmte maakt het hout zacht. Het zachte hout wordt daarna tot pellets gesneden, op formaat gecontroleerd, gekoeld en opgeslagen.
Omdat de pellets zeer hard zijn is het mogelijk ze te vermalen tot de juiste grootte voor de branders in een kolencentrale.
De beschikbaarheid van pellets is waarschijnlijk beperkt. Nederlandse houtvoorraden voor pelletproductie bedragen slechts 2 Mton per jaar. Door import kan waarschijnlijk hoogstens ongeveer 10% van de totale Nederlandse energievraag ingevuld worden.
Houtpellets die aan kolencentrales worden geleverd zijn niet compleet klimaatneutraal. Het transport van pellets levert een kleine uitstoot van broeikasgassen. Het gebruik van (kunst)mest bij commerciële teelt kan tot extra uitstoot leiden en hoog elektriciteitsgebruik voor het malen van de pellets doet de vermindering van de uitstoot iets teniet. Over het geheel genomen zal de vervanging van kolen door houtpellets de uitstoot van broeikasgassen echter wel met meer dan 90% verlagen.
In deze afname zijn de broeikasgasemissies gerelateerd aan zogenaamde indirecte veranderingen in landgebruik (ILUC) niet verdisconteerd. Indirecte veranderingen in landgebruik die leiden tot degradatie van bossen of andere natuurlijke landschappen met veel vegetatie zouden resulteren in broeikasgasemissies van een dergelijke omvang dat de directe verlaging in broeikasgassen door bijstook in kolencentrales compleet teniet zou worden gedaan.
Indirecte veranderingen in landgebruik kunnen optreden door:
De getallen en referenties die gebruikt zijn om de ketenemissies van houtige biomassa te kwantificeren zijn te vinden op onze 'Reference Manager'. De documentatie van de ketenanalyse kun je van hier downloaden (opent in een nieuwe tab).